ECLI:NL:RBDHA:2023:4820
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser verzocht om een verblijfsvergunning asiel in Nederland, maar verweerder nam de aanvraag niet in behandeling omdat op grond van de Dublinverordening Oostenrijk verantwoordelijk is voor de behandeling. Eiser had in Oostenrijk reeds een asielverzoek ingediend en Nederland had een verzoek tot terugname aan Oostenrijk gedaan.
Eiser voerde aan dat bijzondere omstandigheden, zoals de ernstige handicap van zijn zoontje, de aardbevingen in het vluchtelingenkamp waar zijn gezin verblijft, en een coulance-regeling voor familieleden van Nederlanders, toepassing van artikel 17 van Pro de Dublinverordening rechtvaardigen om de aanvraag in Nederland te behandelen. Tevens verwachtte hij moeilijkheden bij gezinshereniging in Oostenrijk.
De rechtbank overweegt dat de Dublinverordening primair de verantwoordelijkheid regelt voor de behandeling van asielaanvragen en niet bedoeld is als route voor gezinshereniging. Er zijn geen bijzondere individuele omstandigheden vastgesteld die aanleiding geven om af te wijken van de standaardverantwoordelijkheid van Oostenrijk. Het is aan eiser om in Oostenrijk zijn belangen te behartigen.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en wijst het af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen een week na bekendmaking.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.