Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker] , verzoeker
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
€ 837,- en een wegingsfactor 1).
Rechtbank Den Haag
Verzoeker, met Marokkaanse nationaliteit en sinds zijn geboorte rechtmatig in Nederland verblijvend, kreeg zijn verblijfsvergunning ingetrokken vanwege ernstige strafbare feiten gepleegd in België, waar hij ook is veroordeeld tot tien jaar gevangenisstraf. Na vervroegde vrijlating werd hij in juli 2021 uitgezet naar Marokko met een twintigjarig Schengen-inreisverbod opgelegd door België en opgenomen in het SIS.
Na een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak werd de intrekking van zijn verblijfsvergunning ongedaan gemaakt, waardoor verzoeker zijn verblijfsrecht in Nederland herwint. Verzoeker vroeg vervolgens een faciliterend visum aan om zijn verblijfsdocument op te halen, maar dit werd afgewezen door verweerder op meerdere gronden, waaronder de SIS-signalering en twijfel over het vertrek uit de EU.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het verzoek onverwijlde spoed heeft vanwege het recht van verzoeker om in Nederland te verblijven en het feit dat hij sinds juli 2021 geen gebruik kon maken van dit recht. De afwijzingsgronden werden deels onterecht toegepast, vooral omdat het visum geen kort verblijf betreft en de SIS-signalering niet mag leiden tot weigering zonder overleg met België. De belangenafweging woog zwaar in het voordeel van verzoeker, waardoor het besluit werd geschorst en het visum moest worden verstrekt.
Tegelijkertijd werd een tweede verzoek om overleg met België over de signalering afgewezen, maar dit deed niet af aan de hoofduitspraak. Verweerder werd veroordeeld tot betaling van proceskosten. De uitspraak is definitief en staat niet open voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van het faciliterend visum wordt geschorst en verzoeker krijgt het visum om Nederland in te reizen.