Uitspraak
1.ECLI:NL:RVS:2022:562.
2.ECLI:EU:C:2022:858.
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Poolse burger en EU-onderdaan, werd op 23 januari 2023 in bewaring gesteld op grond van een geldige ongewenstverklaring en het ontbreken van rechtmatig verblijf in Nederland. Eiser stelde dat de maatregel onrechtmatig was omdat verweerder niet op de hoogte was van een verstekvonnis dat de bewaring zou rechtvaardigen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder niet kon worden verweten dat hij bij oplegging van de bewaring niet op de hoogte was van het verstekvonnis, aangezien dit pas later bekend werd. Na bekendwording werd de bewaring direct opgeheven en een geplande uitzetting geannuleerd. De gronden voor de bewaring waren voldoende gemotiveerd en niet betwist door eiser.
De rechtbank concludeerde dat de maatregel niet onrechtmatig was en dat het beroep ongegrond is. Tevens werd het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak kan binnen een week hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.