ECLI:NL:RBDHA:2023:4899
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet-in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening en Bulgarije als verantwoordelijke lidstaat
Eiser, een Syrische nationaliteit, diende op 10 november 2022 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling op grond van artikel 30 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 en de Dublinverordening, omdat Bulgarije verantwoordelijk is voor de behandeling. Bulgarije had het verzoek om terugname aanvaard.
Eiser voerde aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet langer geldt vanwege systematische pushbacks in Bulgarije en stelde dat de asielprocedure en opvangvoorzieningen daar systeemfouten bevatten. Tevens verwees hij naar traumatische ervaringen en stelde dat artikel 17 van Pro de Dublinverordening had moeten worden toegepast.
De rechtbank oordeelde dat Bulgarije in beginsel verantwoordelijk is en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt, tenzij zwaarwegende redenen aannemelijk worden gemaakt. Eiser slaagde er niet in concrete aanwijzingen te leveren dat hij als Dublinterugkeerder het risico loopt op pushbacks. De rechtbank vond de argumenten onvoldoende onderbouwd en stelde dat de asielaanvraag terecht niet in behandeling is genomen.
De rechtbank wees ook het verzoek om aanhouding af en concludeerde dat verweerder terecht geen toepassing gaf aan artikel 17 van Pro de Dublinverordening. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.