Verzoeker, een Syrische asielzoeker, diende op 9 juli 2022 een asielaanvraag in. Verweerder, de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, weigerde de aanvraag in behandeling te nemen omdat Bulgarije verantwoordelijk zou zijn volgens het Dublin-verdrag. Bulgarije accepteerde de overdracht op 9 augustus 2022. Verzoeker betwist dit en stelt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet langer geldt vanwege grootschalige pushbacks door Bulgaarse autoriteiten.
De voorzieningenrechter constateert dat Bulgarije zich inderdaad schuldig maakt aan stelselmatige pushbacks, wat ernstige mensenrechtenschendingen inhoudt. Gezien lopende prejudiciële vragen bij het Hof van Justitie over de deelbaarheid van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en de rechtmatigheid van overdrachtsbesluiten, wordt de behandeling van soortgelijke zaken aangehouden.
De voorzieningenrechter wijst de voorlopige voorziening toe, schorst het overdrachtsbesluit en verbiedt overdracht totdat op het beroep is beslist. Tevens worden de proceskosten van verzoeker aan verweerder opgelegd. De uitspraak sluit aan bij eerdere jurisprudentie die overdrachten aan Bulgarije en Polen in soortgelijke situaties aanhoudt in afwachting van het arrest van het Hof.