ECLI:NL:RBDHA:2023:4933
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf gezinshereniging moeder Syrië
Eiseres, een staatloze Palestijnse moeder uit Syrië, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) om bij haar zoon in Nederland te verblijven. De zoon heeft sinds 2020 een asielstatus en woont met zijn gezin in Nederland. De aanvraag werd door de staatssecretaris afgewezen wegens het ontbreken van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie tussen eiseres en haar zoon.
Eiseres betoogde dat zij afhankelijk is van de zorg van haar zoon en dat er geen reële zorgalternatieven in Syrië zijn, maar de staatssecretaris handhaafde het besluit. De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris terecht heeft geoordeeld dat er geen meer dan gebruikelijke afhankelijkheid bestaat, mede omdat twee dochters in Syrië feitelijk voor eiseres zorgen.
De belangenafweging op grond van artikel 8 EVRM Pro is volgens de rechtbank niet onredelijk in het nadeel van eiseres uitgevallen. De rechtbank wijst het beroep af en verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk, omdat er geen connexiteit meer bestaat.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de mvv-aanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.