Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 maart 2023 in de zaak tussen
[eiser]
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Overwegingen
Rendon Marin [7] en
Alokpa [8] ,voldoende duidelijk volgt dat ook in een situatie als de onderhavige, een derde lidstaat als alternatief verblijf zou kunnen worden tegengeworpen. [9] Het gaat immers (steeds) om de vraag of bij het niet kunnen tegenwerpen van een derde lidstaat het grondgebied van de Europese unie vervolgens als geheel zal moeten worden verlaten. Naar het oordeel van de rechtbank maakt het daarbij geen wezenlijk verschil of de derdelander in die andere lidstaat eventueel al rechtmatig verblijf heeft en/of dat de minderjarige unieburger onderdaan is van de lidstaat die hij samen met de derdelander zal moeten inruilen voor een andere lidstaat. Wat dat laatste betreft merkt de rechtbank op dat in Rendon Marin sprake was van een in Spanje wonende Spaanse minderjarige die eventueel met zijn vader, en Pools zusje, naar Polen zou moeten vertrekken.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- draagt verweerder op binnen acht weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.674,-