ECLI:NL:RBDHA:2023:5005
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verlenging verblijfsvergunning wegens niet-tijdige aanvraag en geen vrijstelling mvv-vereiste
Eiser, een Turkse nationaliteit dragende vreemdeling, diende een aanvraag in voor verlenging van zijn verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, maar deed dit ruim negen jaar na het verlopen van zijn eerdere vergunning. De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat deze niet tijdig was ingediend en geen verschoonbare termijnoverschrijding was vastgesteld. Hierdoor werd de aanvraag als een eerste aanvraag behandeld, waarbij het mvv-vereiste geldt.
Eiser stelde dat hij door detentie in Turkije niet tijdig kon aanvragen, maar de rechtbank vond dat hij onvoldoende had onderbouwd dat de termijnoverschrijding niet aan hem kon worden toegerekend. Ook ontbrak bewijs dat hij rechten had opgebouwd op grond van artikel 6 van Pro Besluit 1/80, en hij kon geen beroep doen op artikel 13 van Pro dat besluit omdat hij niet als werkzoekende kon worden aangemerkt.
De rechtbank oordeelde dat eiser terecht niet werd vrijgesteld van het mvv-vereiste en dat de aanvraag terecht als eerste aanvraag werd behandeld. Daarnaast werd geoordeeld dat de hoorplicht niet was geschonden omdat het bezwaar geen nieuwe feiten bevatte die tot een ander besluit konden leiden. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verlengingsaanvraag verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard.