Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
tussenuitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 april 2023 in de zaak tussen
[eiser], te [woonplaats], eiser
Administratiekantoor [derde-partij], te [vestigingsplaats] (werkgever).
Procesverloop
Overwegingen
2 augustus 2018 die destijds bij de WIA-beoordeling is vastgesteld. Daarnaast wordt eiser beperkt geacht in hoogfrequent buigen, lopen en staan tijdens het werk, hoogfrequent traplopen, hoogfrequent reiken en lang staan. De beperking voor tillen en dragenis verruimd middels een toelichting. Op grond van de geobserveerde beperkingen in de sociale interactie en flexibiliteit is het verder aannemelijk dat eiser gebaat is bij werkzaamheden die voldoende structuur en regelmaat bieden, niet al te stresserend zijn en waarbij eiser zo nodig kan terugvallen op een collega. De beperking voor routinematige taken is komen te vervallen. Verder acht de arts om energetische redenen en op preventieve gronden tijdelijk nog een medische urenbeperking van vier uur per dag en twintig uur per week aan de orde. Ook is eiser aangewezen op een werkbelasting zonder nachtdiensten en bij voorkeur regelmatige werktijden.
Verzekeringsarts Derks acht daarom in afwijking van verweerders standpunt in de rubriek ‘werktijden’ de volgende beperkingen met toelichtingen van toepassing:
De rechtbank vindt dat de verzekeringsarts Derks zijn standpunt over de noodzakelijke urenbeperking, en meer in het bijzonder over de noodzaak vaan recuperatie na geleverde inspanning, voldoende overtuigend heeft gemotiveerd. De enkele stelling van de verzekeringsarts b&b in zijn commentaar van 14 december 2022 dat in de FML al voldoende rekening is gehouden met de fysieke en psychische beperkingen die eiser ervaart, en dat de in de FML aangegeven urenbeperking voldoende ruimte biedt voor recuperatie, is naar het oordeel van de rechtbank niet voldoende toegelicht om de juistheid van het standpunt van de verzekeringsarts Derks in twijfel te trekken. Hierbij kan aan verweerder worden toegegeven dat het bij het geschetste ziektebeeld lastig is om de omvang van de noodzakelijke urenbeperking medisch objectief te onderbouwen. Bij gebreke van andere gegevens zal de urenbeperking daarom mede moeten worden gebaseerd op het dagverhaal van betrokkene. De rechtbank stelt vast dat het dagverhaal van eiser zoals omschreven in het rapport van verzekeringsarts Derks niet wezenlijk verschilt van het dagverhaal dat het uitgangspunt is geweest voor de rapportage van de verzekeringsarts b&b. Daarom is de rechtbank geenszins overtuigd van de juistheid van het standpunt van de verzekeringsarts b&b dat met een urenbeperking van 3 tot 5 uur per dag en 15 tot 25 uur per week voldoende rekening wordt gehouden met eisers beperkingen. Zij heeft daarbij ook de medische informatie van cardioloog Visser in aanmerking genomen. Daarin is uiteengezet dat de afwijkingen bij eiser niet verklaard kunnen worden door deconditionering maar verband houden met de CVS/ME.
De rechtbank bepaalt de termijn waarbinnen verweerder het gebrek kan herstellen op vijf weken na verzending van deze tussenuitspraak.