Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
[naam], geboren op [geboortedatum] 1976, geboren in Mombasa, Kenia. Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat de beslissing van de civiele rechter onverlet laat dat verweerder van eiser mag verlangen dat hij zijn identiteit aantoont. Immers blijkt volgens verweerder niet op basis van welke informatie de civiele rechter deze inhoudelijke overweging heeft gemaakt. De rechtbank ziet echter geen andere mogelijkheid dan uit te gaan van de identiteit van eiser zoals die door de civiele rechter is vastgesteld. In algemene zin geldt dat de bestuursrechter gebonden is aan de feitenvaststelling door de civiele rechter. Hiermee wordt het hogere belang van het voorkomen van tegenstrijdige rechterlijke beslissingen gediend. Dit is anders indien de feitenvaststelling door de civiele rechter evident onjuist is of wanneer de bestuursrechter de meest gerede rechter is om de betreffende feiten vast te stellen. Volgens de rechtbank doen deze uitzonderingen zich niet voor. Niet is gebleken dat eisers identiteit niet is vastgesteld door de civiele rechter. Uit de beschikking volgt immers dat de persoonsgegevens van eiser zijn vastgesteld aan de hand van een kopie van een paspoort. Dat de kopie in deze procedure niet is overgelegd door eiser, doet niet af aan de juistheid van de beschikking. Evenmin kan worden geoordeeld dat de bestuursrechter, in plaats van de civiele rechter, de meest gerede rechter is om eisers identiteit vast te stellen omdat de civiele rechter, zoals ook uit de voornoemde beschikking van 6 juli 2022 blijkt, op grond van de wet gehouden was om zich uit te spreken over eisers identiteit alvorens een beslissing te kunnen nemen op het verzoek tot bepaling van gezamenlijk gezag over zijn minderjarige kinderen.
Mombasa, te Kenia, maar niet dat is gebleken dat eiser ook de Keniaanse nationaliteit bezit, ofwel de Somalische, ofwel de Tanzaniaanse nationaliteit bezit. Vaststaat dat eiser in deze procedure geen andere documenten heeft overgelegd ter staving van zijn nationaliteit, zoals een paspoort of identiteitsbewijs. Eiser stelt dat hij geen documenten kan overleggen, omdat hij in bewijsnood verkeert. Verweerder heeft terecht overwogen dat eiser de gestelde bewijsnood niet aannemelijk heeft gemaakt. Eiser heeft verklaard dat hij zich gewend heeft tot de Tanzaniaanse en Keniaanse autoriteiten om identificerende documenten op te vragen. [8] Hij heeft echter nagelaten hiervan bewijs over te leggen. Ook heeft eiser niet op een andere manier onderbouwd dat hij daadwerkelijke inspanningen heeft verricht om documenten te verkrijgen ter staving van zijn nationaliteit.