Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De bewijsbeslissing
hij op 15 december 2022 te Leiden tezamen en in vereniging met een ander, op de openbare weg, te weten Korevaarstraat, met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [naam 1] heeft gedwongen tot de afgifte van airpods en een telefoon, die aan die [naam 1] toebehoorden door
- met een bivakmuts op die [naam 1] af te lopen en (vervolgens)
- die [naam 1] in zijn nek te slaan en (vervolgens)
- te schreeuwen om geld en (vervolgens)
- dat mes te tonen en dat mes tegen de buik van die [naam 1] te houden en (vervolgens)
- te schreeuwen tegen die [naam 1] : "zakken legen, geld, geld, telefoon, telefoon, portemonnee", althans woorden van gelijke aard en/of strekking.
hij op 15 december 2022 te Leiden tezamen en in vereniging met een ander op de openbare weg, te weten Korevaarstraat, ter uitvoering van het door verdachte misdrijf om met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [naam 2] en [naam 3] te dwingen tot de afgifte van geld, dat aan die [naam 2] en
[naam 3]toebehoorden, achter die [naam 2] en [naam 3]
isaangerend en daarbij een mes in de hand
heeftgehad en
heeftgeroepen "stoppen, hier komen en pinnen met jullie pinpassen", althans woorden van gelijke aard en/of strekking, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid
4.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachteDe verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.
6.De strafoplegging
7.De toepasselijke wetsartikelenDe op te leggen straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 45, 47, 57, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.
8.De beslissing
gevangenisstrafvoor de duur van
12 (twaalf) maanden;
4 (vier) maanden, niet zal worden tenuitvoergelegd onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op twee jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.