ECLI:NL:RBDHA:2023:5110
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduren maatregel bewaring vreemdeling en rechtmatigheid
Eiser, met de Marokkaanse nationaliteit, is op 21 januari 2023 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank toetste of de bewaring sinds het sluiten van het eerdere onderzoek op 1 februari 2023 nog rechtmatig was.
Hoewel de rechtbank het vooronderzoek niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn sloot, oordeelde zij dat deze overschrijding niet leidde tot onrechtmatigheid van de bewaring, mede gelet op artikel 5 EVRM Pro en de voortvarende behandeling van de zaak. Eiser stelde dat de rechterlijke toetsing van de bewaring maandelijks had moeten plaatsvinden, maar de rechtbank verwierp dit en oordeelde dat de toetsing recentelijk had plaatsgevonden.
Verder concludeerde de rechtbank dat verweerder voldoende voortvarend handelde bij de uitzetting naar Marokko, met meerdere rappelverzoeken en vertrekgesprekken. Hoewel eiser meent dat hij niet meewerkt, achtte de rechtbank dit onjuist. Ook de medische klachten en het gezinsleven van eiser werden meegewogen, maar zonder nieuwe omstandigheden bleef de eerdere beoordeling van 8 februari 2023 van kracht.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, wees het schadeverzoek af en zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. De uitspraak is definitief en er staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.