ECLI:NL:RVS:2023:2343

Raad van State

Datum uitspraak
15 juni 2023
Publicatiedatum
15 juni 2023
Zaaknummer
202302274/1/V3
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • H.G. Sevenster
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 84 Vw 2000Art. 96 Vw 2000
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Onbevoegdverklaring hoger beroep tegen voortduren bewaring vreemdeling

Bij besluit van 21 januari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld. De vreemdeling heeft tegen het voortduren van deze maatregel beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 3 april 2023 ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.

De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling overweegt dat op grond van artikel 84, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 geen hoger beroep mogelijk is tegen het voortduren van de maatregel van bewaring zoals bedoeld in artikel 96 van Pro die wet.

Het hoger beroep kan alleen worden doorbroken als er sprake is van een schending van het recht op een eerlijk proces, wat hier niet het geval is. Daarom verklaart de Afdeling zich onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen en hoeft de staatssecretaris geen proceskosten te vergoeden.

Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart zich onbevoegd om kennis te nemen van het hoger beroep tegen het voortduren van de bewaring.

Uitspraak

202302274/1/V3.
Datum uitspraak: 15 juni 2023
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg, van 3 april 2023 in zaak nr. NL23.8563 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 21 januari 2023 heeft de staatssecretaris de vreemdeling in bewaring gesteld.
Bij uitspraak van 3 april 2023 heeft de rechtbank het tegen het voortduren van de maatregel van bewaring door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. D. Matadien, advocaat te Rotterdam, hoger beroep ingesteld.
Overwegingen
1.       De uitspraak van de rechtbank gaat over het voortduren van de maatregel van bewaring (artikel 96 van Pro de Vw 2000). Hiertegen kan geen hoger beroep worden ingesteld (artikel 84, aanhef en onder a, van de Vw 2000).
2.       Wat de vreemdeling in hoger beroep aanvoert, is geen reden om het hoger beroep toch in behandeling te nemen. Het verbod op hoger beroep kan alleen worden doorbroken als er geen eerlijk proces is geweest. Dit doet zich hier niet voor.
3.       De Afdeling is onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
verklaart zich onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen.
Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.W. Schippers, griffier.
w.g. Sevenster
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Schippers
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 15 juni 2023
873-967