ECLI:NL:RBDHA:2023:5139
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering na zorgvuldige beoordeling beperkingen
Eiseres was werkzaam als pedagogisch medewerker en ontving een Ziektewetuitkering vanwege diverse klachten, waaronder rugklachten, CTS en ADHD. Verweerder beëindigde de uitkering per 4 juni 2021 en verklaarde het bezwaar ongegrond. Eiseres stelde dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep onvoldoende onderzoek had verricht, met name geen lichamelijk onderzoek, en dat de beperkingen onvolledig waren vastgesteld.
De rechtbank oordeelde dat het niet lichamelijk onderzoeken door de verzekeringsarts bezwaar en beroep niet onzorgvuldig was, omdat voldoende medische gegevens beschikbaar waren. De primaire verzekeringsarts en een onafhankelijk verzekeringsarts concludeerden dat de beperkingen adequaat waren vastgesteld, ook na aanvullend onderzoek door een neuropsycholoog en verzekeringsarts.
De psychische beperkingen vanwege ADHD werden erkend, maar niet als zodanig ernstig dat zij tot extra beperkingen leidden. De rechtbank vond dat eiseres onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat meer beperkingen moesten worden aangenomen en dat zij geschikt was voor de geselecteerde functies.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en bevestigde de beëindiging van de Ziektewetuitkering. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering en verklaart het beroep ongegrond.