ECLI:NL:RBDHA:2023:5141
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens ontbreken toename arbeidsbeperkingen
Eiseres werkte als schoonmaakmedewerkster en viel in februari 2018 uit wegens gezondheidsklachten. Na een WIA-beoordeling in 2020 werd vastgesteld dat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedroeg en zij werd geschikt geacht voor diverse functies met beperkingen. Verweerder beëindigde haar Ziektewetuitkering per 12 juli 2021, wat eiseres aanvocht met beroep.
De rechtbank beoordeelde dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep zorgvuldig had vastgesteld dat de medische beperkingen van eiseres sinds de WIA-beoordeling niet waren toegenomen. Eiseres voerde aan dat haar klachten waren verslechterd en dat onvoldoende rekening was gehouden met haar revalidatie, maar kon dit niet met medische stukken onderbouwen.
De rechtbank oordeelde dat de klachten en behandelingen reeds waren meegenomen in eerdere beoordelingen en dat er geen aanwijzingen waren voor nieuwe beperkingen die het recht op Ziektewet zouden rechtvaardigen. Ook werd het bestreden besluit voldoende gemotiveerd geacht.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van de Ziektewetuitkering bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de beëindiging van de Ziektewetuitkering per 12 juli 2021 bevestigd.