ECLI:NL:RBDHA:2023:5160
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan wegens onvoldoende zelfstandige middelen
Eiseres, een Belgische gemeenschapsonderdaan, ontving sinds juli 2021 een bijstandsuitkering in Nederland. Verweerder stelde in mei 2022 vast dat haar rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan was beëindigd omdat zij niet voldeed aan de voorwaarden van artikel 8.12 van het Vreemdelingenbesluit 2000. Eiseres voerde aan dat haar partner een Wajong-uitkering ontvangt en dat zij daardoor als economisch niet-actieve gemeenschapsonderdaan voldoende middelen heeft. Tevens stelde zij dat bijzondere persoonlijke omstandigheden en haar sociaal-medische situatie een belangenafweging in haar voordeel rechtvaardigden.
De rechtbank oordeelde dat de Wajong-uitkering van haar (ex-)partner geen eigen middelen van eiseres zijn en dat zij niet vrijelijk over deze middelen kon beschikken. Bovendien ontving zij al bijstand terwijl haar partner nog niet in detentie was, wat duidt op onvoldoende zelfstandige middelen. De door eiseres overgelegde medische verklaring werd betwijfeld vanwege ontbrekende patiëntgegevens en onvoldoende bewijs van arbeidsongeschiktheid. Het beroep op het evenredigheidsbeginsel faalde omdat het besluit voortvloeit uit de regelgeving en eiseres geen bijzondere omstandigheden had aangetoond die het besluit onevenredig maken.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door rechter J.E.C. Vriends en griffier A.J.J. Sterks op 31 maart 2023 te Middelburg.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van het rechtmatig verblijf blijft gehandhaafd.