ECLI:NL:RBDHA:2023:5184
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging rechtmatig verblijf gemeenschapsonderdaan wegens ontbreken economische activiteit en woonplaats
Eiser, een Poolse gemeenschapsonderdaan, werd door de politie onderzocht vanwege overlast en zwerven, waarbij werd vastgesteld dat hij sinds december 2017 als niet-ingezetene in de BRP stond ingeschreven en sinds april 2022 niet meer werkzaam was. Verweerder stelde bij besluit vast dat eiser niet voldeed aan de voorwaarden voor rechtmatig verblijf als economisch actieve of niet-actieve gemeenschapsonderdaan volgens artikel 8.12 van het Vreemdelingenbesluit 2000.
Eiser had geen vaste woon- of verblijfplaats, was niet ingeschreven als werkzoekende bij het UWV en kon onvoldoende middelen aantonen om in zijn bestaan te voorzien. Verweerder maakte een belangenafweging die negatief uitviel voor eiser, mede vanwege zijn zwervende bestaan, middelengebruik en gebrek aan banden in Nederland, terwijl hij sterke banden met Polen heeft.
De rechtbank oordeelde dat het besluit tot beëindiging van het rechtmatig verblijf rechtmatig en proportioneel was en dat er geen schending was van artikel 8 EVRM Pro. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van het rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan wordt ongegrond verklaard.