ECLI:NL:RBDHA:2023:5236
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet-ontvankelijk verklaring asielaanvraag statushouder uit Eritrea
Eiseres, een Eritrese statushouder met een verblijfsstatus in Italië geldig tot september 2024, heeft in Nederland asiel aangevraagd wegens gebrek aan werk, inkomen, huisvesting en medische zorg voor haar zoontje in Italië. Verweerder verklaarde de aanvraag niet-ontvankelijk omdat eiseres internationale bescherming in Italië geniet en niet aannemelijk heeft gemaakt dat Italië zijn verdragsverplichtingen jegens haar schendt.
De rechtbank oordeelt dat eiseres niet onder de Dublinverordening valt en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt voor statushouders. Eiseres moest aannemelijk maken dat zij bij terugkeer naar Italië een reëel risico loopt op schending van het verbod op onmenselijke behandeling, zoals geformuleerd in het arrest Ibrahim. Dit vereist een toestand van zeer verregaande materiële deprivatie veroorzaakt door onverschilligheid van de Italiaanse autoriteiten.
Uit het dossier blijkt dat eiseres na statusverlening opvang heeft gehad en hulporganisaties heeft benaderd. Hoewel de situatie in Italië moeilijk is, is niet gebleken van een dergelijke extreme materiële deprivatie. Ook heeft eiseres onvoldoende geprobeerd haar rechten in Italië te effectueren. De rechtbank wijst het beroep af en veroordeelt eiseres niet tot proceskosten. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.