ECLI:NL:RVS:2019:238
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- J. Kramer
- D.J.C. van den Broek
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhaving last onder dwangsom wegens bouwen zonder vergunning en strijd met bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Bodegraven-Reeuwijk legde appellant op 16 november 2016 acht lasten onder dwangsom op wegens het bouwen en gebruiken van bouwwerken zonder omgevingsvergunning en in strijd met het bestemmingsplan. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant deels gegrond en vernietigde het besluit gedeeltelijk, waarna appellant hoger beroep instelde tegen de uitspraak van de rechtbank.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde het hoger beroep en richtte zich met name op drie lasten: last 1 (dakkapel), last 7 (luifel met serre) en last 8 (losstaande garage). De dakkapel was hoger en anders geplaatst dan vergund, wat een overtreding van de Wabo opleverde. Appellant voerde aan dat de rechtbank onjuiste maten hanteerde en dat handhaving onevenredig was, maar deze bezwaren werden verworpen omdat geen concreet zicht op legalisering bestond en het college niet verplicht was een vergunning te verlenen.
Ten aanzien van de luifel met serre en de garage stelde appellant dat deze vergunningvrij gebouwd mochten worden als bijbehorende bouwwerken. De Afdeling oordeelde dat het nieuwbouwgedeelte als bijbehorend bouwwerk moet worden aangemerkt, waardoor de toegestane oppervlakte voor vergunningvrij bouwen werd overschreden. Hierdoor was ook voor deze bouwwerken een vergunning vereist, die ontbrak.
Appellant trok zijn betoog over de termijn voor uitvoering in, waarna het college de termijn verlengde. De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank voor zover aangevallen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd, waarbij de lasten onder dwangsom blijven gehandhaafd.