ECLI:NL:RBDHA:2023:527

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
16 januari 2023
Publicatiedatum
23 januari 2023
Zaaknummer
SGR 22/2913
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen toekenning dwangsom wegens niet tijdig beslissen afgewezen

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Den Haag waarin een dwangsom van €770,- is toegekend wegens het niet tijdig beslissen op een aanvraag van eiser van 3 oktober 2021.

De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk ongegrond is omdat de gronden van eiser geen betrekking hebben op de vaststelling of hoogte van de dwangsom. Eiser stelde onder meer dat er sprake zou zijn van machtsmisbruik en detournement de pouvoir, maar dit is niet gebleken.

De rechtbank concludeert dat verweerder niet in strijd met het verbod van détournement de pouvoir heeft gehandeld en dat eiser geen geldige gronden heeft aangevoerd tegen het bestreden besluit. Daarom wordt het beroep zonder zitting afgewezen.

Er is geen aanleiding voor vergoeding van proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter D.R. van der Meer en griffier D.W.A. van Weert op 16 januari 2023.

Uitkomst: Het beroep tegen de toekenning van de dwangsom wordt kennelijk ongegrond verklaard en afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 22/2913

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 januari 2023 in de zaak tussen

[eiser], uit [woonplaats] , eiser
(gemachtigde: voorheen [gemachtigde]),
en

het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, verweerder

(gemachtigde: mr. C.L. Lina).

Procesverloop

Eiser heeft tegen de beslissing op bezwaar van verweerder van 26 april 2022 (het bestreden besluit) beroep ingesteld.

Overwegingen

1. Eiser is vrijgesteld van het betalen van het griffierecht. Dat betekent dat eiser in deze procedure geen griffierecht hoeft te betalen.
2. Omdat het beroep kennelijk ongegrond is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De rechtbank legt hierna uit waarom het beroep kennelijk ongegrond is.
3. In het bestreden besluit heeft verweerder het bezwaar van eiser tegen het besluit van 26 januari 2022 over het niet tijdig beslissen op een aanvraag van eiser van 3 oktober 2021 gegrond verklaard en aan eiser een dwangsom van € 770,- toegekend omdat niet op tijd op die aanvraag is beslist.
4. Eiser heeft, samengevat, aangevoerd dat er helemaal geen informatie is gevraagd, dat sprake is van machtsmisbruik en ter voorkoming van de betaling van de dwangsom is sprake van detournement de pouvoir, dat het bekend is dat zijn mailadres is geblokkeerd, dat de gemeente bang is om zaken van hem te behandelen en dat zelfs de GGD weigert hem te keuren.
5. Die beroepsgronden hebben in het geheel geen betrekking op het bestreden besluit, waarin nu juist een dwangsom is toegekend.
6. Eiser heeft geen gronden aangevoerd tegen de vaststelling van de dwangsom of de hoogte daarvan, zodat de rechtbank aan een beoordeling daarvan niet toekomt.
7. Niet is gebleken dat verweerder heeft gehandeld in strijd met het verbod van détournement de pouvoir. Anders gezegd is niet gebleken dat verweerder een bevoegdheid heeft aangewend voor een ander doel dan waarvoor die bevoegdheid is gegeven..
8. Het beroep is kennelijk ongegrond.
9. Er is geen aanleiding voor vergoeding van proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D.R. van der Meer, rechter, in aanwezigheid van mr. D.W.A. van Weert, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 16 januari 2023.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.