Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Jawo),par. 81.
Jawo),par. 91-92.
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Oostenrijk verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielaanvraag op grond van de Dublinverordening. De rechtbank heeft het beroep behandeld samen met een vergelijkbare zaak.
De rechtbank overweegt dat uit het Eurodac-systeem blijkt dat eiser op 9 september 2022 in Oostenrijk om internationale bescherming heeft verzocht, wat door de registratie onder categorie 1 wordt bevestigd. Eiser heeft geen tegenbewijs geleverd om deze registratie te betwisten. Het beroep op het ontbreken van een asielaanvraag in Oostenrijk faalt daarom.
Eiser stelde dat Oostenrijk zich schuldig maakt aan pushbacks, waardoor het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet kan gelden. De rechtbank stelt dat pushbacks een fundamentele systeemfout vormen, maar dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij als Dublinterugkeerder met dergelijke pushbacks te maken zal krijgen. Het AIDA-rapport toont geen specifieke risico's voor Dublinterugkeerders in Oostenrijk.
De rechtbank concludeert dat verweerder terecht heeft uitgegaan van de verantwoordelijkheid van Oostenrijk en dat eiser geen reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 Handvest Pro. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Oostenrijk wordt ongegrond verklaard.