Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[kind 3] ,v-nummer, [V-nummer 6]
[kind 4] ,v-nummer, [V-nummer 7]
[kind 5] ,v-nummer, [V-nummer 8]
Rechtbank Den Haag
Eisers, bestaande uit een moeder en haar meerderjarige en minderjarige kinderen, hebben in Nederland asiel aangevraagd nadat zij jarenlang in Duitsland verbleven en daar meerdere afwijzingen kregen. De Nederlandse Staatssecretaris weigerde de asielaanvragen in behandeling te nemen omdat Duitsland volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Eisers stelden dat het terugnameverzoek te laat was ingediend en dat de overdracht niet in het belang van de kinderen was.
De rechtbank oordeelde dat het claimverzoek tijdig was ingediend en dat de toepassing van artikel 18 van Pro de Dublinverordening terecht was, omdat de asielaanvraag in Duitsland was afgewezen. De kinderen die na 2008 zijn geboren zijn volgens de rechtbank terecht geclaimd bij Duitsland, waarbij geen sprake is van een overnamesituatie.
Verder is het belang van het kind voldoende meegewogen, waarbij de rechtbank benadrukte dat de kinderen in Duitsland zijn geboren en opgegroeid en dat de vader ervoor koos om naar Nederland te gaan. Eisers konden geen aannemelijk bewijs leveren voor een evident en fundamenteel verschil in beschermingsbeleid tussen Nederland en Duitsland voor Jemenieten, noch voor een reëel risico op indirect refoulement.
Ook was er geen sprake van bijzondere omstandigheden die de overdracht onevenredig hard zouden maken. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een verzoek tot heropening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van behandeling van de asielaanvragen wordt ongegrond verklaard en de overdracht aan Duitsland is toegestaan.