ECLI:NL:RBDHA:2023:5424
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevergoeding veteranen wegens verjaring en niet voldoen aan voorwaarden
Eiser, een veteraan en voormalig militair, verzocht om volledige schadevergoeding voor restschade als gevolg van ongevallen tijdens zijn dienst. Verweerder wees dit af omdat eiser niet voldeed aan artikel 8a, tweede lid, van het Besluit aanvullende arbeidsongeschiktheids- en invaliditeitsvoorzieningen militairen (Besluit AO/IV) en omdat zowel de relatieve als absolute verjaringstermijn van zijn vordering waren verstreken.
De rechtbank oordeelde dat de MIP-aanvraag van 1 november 2003 als eerste aanvraag geldt, ondanks het uitblijven van een besluit door het ABP. Eiser had op dat moment kennis van zijn klachten en had rechtsmiddelen kunnen inzetten om een beslissing af te dwingen. De medische eindtoestand was toen nog niet bereikt, maar dat deed niet af aan zijn verplichtingen.
Verder stelde de rechtbank dat het onderscheid tussen fysiek en psychisch letsel gerechtvaardigd is, omdat psychisch letsel vaak later wordt ontdekt. De verjaringstermijnen zijn dan ook terecht ingeroepen. Ook een motiveringsgebrek werd niet vastgesteld. Het beroep werd ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep van eiser op volledige schadevergoeding wordt ongegrond verklaard wegens niet voldoen aan artikel 8a Besluit AO/IV en verstreken verjaringstermijnen.