ECLI:NL:CRVB:2015:1441
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-verjaring schadevordering militair met PTSS tegen Minister van Defensie
Betrokkene was militair en diende in 1994 in voormalig Joegoslavië, waar hij PTSS opliep. Na een persoonlijke crisis in 2005 werd een invaliditeitspensioen aangevraagd. In december 2006 stelde betrokkene de Minister van Defensie aansprakelijk wegens onvoldoende zorg en begeleiding.
De Minister wees de vordering af wegens verjaring, maar de rechtbank oordeelde dat de verjaring niet was ingetreden. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel, waarbij zij aansluiting zoekt bij artikel 3:310 BW Pro over de korte verjaringstermijn van vijf jaar na daadwerkelijke bekendheid met schade en aansprakelijke partij.
De Raad neemt aan dat betrokkene pas na kennisneming van een brief van de Staatssecretaris van Defensie van 30 maart 2006 voldoende zekerheid had over de aansprakelijkheid van de Minister. Hierdoor was de vordering op 12 december 2006 nog niet verjaard. De Raad veroordeelt de Minister in de proceskosten en bepaalt dat een nieuwe beslissing op bezwaar alleen bij de Raad kan worden aangevochten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de schadevordering niet is verjaard en wijst het hoger beroep van de Minister van Defensie af.