ECLI:NL:RBDHA:2023:543
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek bevordering tot majoor met terugwerkende kracht
Eiser, werkzaam bij de luchtmacht als kapitein, verzocht om met terugwerkende kracht bevorderd te worden tot majoor per 5 oktober 2009 of 1 juli 2012. Verweerder wees deze verzoeken af en verklaarde het bezwaar ongegrond. Eiser stelde dat hij onjuist was geplaatst en dat sprake was van evident onrechtmatige besluitvorming, mede omdat hij werkzaamheden op majoorsniveau verrichtte en vertrouwde op de rang die bij de functie hoorde.
De rechtbank oordeelde dat de plaatsingen en besluiten in rechte vaststaan en dat eiser geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden had aangevoerd die herziening rechtvaardigen. Het feit dat eiser pas later ontdekte dat de functie een majoorsrang had, geldt niet als nieuw feit. Ook de stelling dat hij werkzaamheden op majoorsniveau verrichtte, was onvoldoende onderbouwd.
De rechtbank overwoog verder dat het bestreden besluit niet evident onredelijk of onjuist is, mede omdat eiser zijn verzoeken om bevordering eerder had kunnen indienen en de administratieve plaatsing geen intentie tot bevordering inhield. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot afwijzing van het verzoek tot bevordering tot majoor met terugwerkende kracht wordt ongegrond verklaard.