ECLI:NL:RBDHA:2023:544
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onvoldoende gemotiveerde weigering omgevingsvergunning voor parkeerplaatsen op binnenterrein school
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag weigerde op 11 september 2020 een omgevingsvergunning voor het aanleggen van 12 parkeerplaatsen en 26 fietsparkeerplekken op het binnenterrein van een schoolgebouw. Na bezwaar verklaarde het college dit besluit op 19 maart 2021 ongegrond. Eiseres stelde beroep in tegen deze weigering.
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep op 20 januari 2023 en oordeelde dat het college onvoldoende had gemotiveerd waarom het afwijken van het bestemmingsplan niet zou leiden tot een goede ruimtelijke ordening. Het college stelde dat het bestemmingsplan parkeren op het binnenterrein niet toestaat en dat de school voldoende bereikbaar is per openbaar vervoer, maar deze gronden waren volgens de rechtbank onvoldoende.
De rechtbank benadrukte dat het college keuzevrijheid heeft om af te wijken van het bestemmingsplan, mits dit goed gemotiveerd is. De aanwezigheid van voldoende openbaar vervoer sluit het toestaan van parkeerplaatsen niet uit. Ook de tijdens de zitting genoemde mogelijke (geluids)overlast was niet als motivering opgenomen en onvoldoende onderbouwd.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en droeg het college op om een nieuw besluit te nemen. Tevens werd het betaalde griffierecht aan eiseres vergoed. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd en het college opgedragen een nieuw besluit te nemen.