ECLI:NL:RBDHA:2023:56
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering omruiling beschadigde bankbiljetten wegens vermoeden opzettelijke beschadiging
Eiser verzocht om beschadigde bankbiljetten ter waarde van €6.500,- om te ruilen, omdat deze volgens hem per ongeluk in de oven waren verbrand door zijn ex-vriendin. Verweerder, De Nederlandsche Bank, weigerde de biljetten om te wisselen en gaf een negatief besluit op bezwaar. Dit besluit werd aangevochten door eiser.
De rechtbank stelde vast dat verweerder een onderzoek had laten uitvoeren door het Nationaal Analyse Centrum vals geld (NAC), dat concludeerde dat de biljetten niet op de door eiser geschetste wijze waren beschadigd. Eiser voerde aan dat het onderzoek onvoldoende betrouwbaar was en dat hij te goeder trouw was, maar kon dit niet aannemelijk maken.
De rechtbank oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig en betrouwbaar was, ook al waren de omstandigheden niet exact gelijk aan die van eiser. Verweerder had daarom terecht het vermoeden van opzettelijke beschadiging en mocht weigeren de biljetten om te ruilen. Het beroep werd ongegrond verklaard en verweerder hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de weigering van verweerder om beschadigde bankbiljetten om te ruilen.