ECLI:NL:RBDHA:2023:5690

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
20 april 2023
Publicatiedatum
20 april 2023
Zaaknummer
AWB 22/4254
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 64 Vreemdelingenwet 2000
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening na vernietiging bezwaar uitstel vertrek vreemdeling

Verzoeker heeft bij de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag ingediend voor uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Dit verzoek is bij besluit van 7 juli 2022 afgewezen. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.

De staatssecretaris verklaarde het bezwaar bij besluit van 3 november 2022 ongegrond. Hiertegen stelde verzoeker beroep in bij de rechtbank. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd omgezet in een verzoek om voorlopige voorziening hangende het beroep.

De voorzieningenrechter heeft bij uitspraak van 20 april 2023 het beroep gegrond verklaard en het besluit van 3 november 2022 vernietigd. Omdat in de beroepszaak een beslissing is genomen, is het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Tevens is de staatssecretaris veroordeeld in de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op € 837,- voor de rechtsbijstand door een derde.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten van € 837,-.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 22/4254

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam] , verzoeker

V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. N.B. Swart),
en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.

Inleiding

1. Bij besluit van 7 juli 2022 heeft de staatssecretaris de aanvraag van verzoeker om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) afgewezen. Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt. Tevens heeft verzoeker de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
2. Bij besluit van 3 november 2022 heeft de staatssecretaris het bezwaar ongegrond verklaard. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld. Het verzoek om een voorlopige voorziening hangende een beslissing op bezwaar is op dat moment omgeklapt naar een verzoek om een voorlopige voorziening hangende beroep.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

3. Bij uitspraak van 20 april 2023 is het beroep gegrond verklaard en het besluit van 3 november 2022 vernietigd.
4. Nu in de beroepszaak is beslist, is er geen grond meer voor het treffen van de gevraagde voorlopige voorziening dat verzoeker de behandeling van het beroep mag afwachten, zodat dat verzoek wordt afgewezen.
5. Gelet op de uitkomst van de beroepszaak veroordeelt de voorzieningenrechter de staatssecretaris in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 837,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van € 837,- en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
-veroordeelt de staatssecretaris in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 837,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Boerlage-van den Bosch, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.B.A. Mensink, griffier en openbaar gemaakt op 20 april 2023 door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.