ECLI:NL:RBDHA:2023:5749
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrond verzet tegen niet tijdig nemen besluit asielaanvraag wegens onjuiste beslistermijn
De rechtbank Den Haag heeft op 17 april 2023 uitspraak gedaan over het verzet van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid tegen een eerdere uitspraak van 22 december 2022. In die eerdere uitspraak was het niet tijdig nemen van een besluit op een asielaanvraag gegrond verklaard en was de bestuursrechter de staatssecretaris opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen.
De staatssecretaris maakte bezwaar tegen deze termijnstelling, stellende dat de rechtbank ten onrechte was afgeweken van het 8+8 wekenmodel dat geldt voor beslistermijnen bij asielaanvragen. Volgens dit model geldt een beslistermijn van acht weken alleen indien de vreemdeling niet meer hoeft te worden gehoord over zijn asielmotief.
De rechtbank oordeelde dat uit het enkele feit dat een aanmeldgehoor had plaatsgevonden niet kan worden afgeleid dat de vreemdeling niet meer gehoord hoeft te worden. Omdat de rechtbank de staatssecretaris niet hierover had bevraagd, kon zij niet tot een kennelijk oordeel komen dat acht weken volstaan. Daarom verklaarde de rechtbank het verzet gegrond, vernietigde de eerdere uitspraak en hervatte het onderzoek in de stand van vóór die uitspraak.
Uitkomst: Het verzet van de staatssecretaris is gegrond verklaard en de eerdere uitspraak vernietigd vanwege onjuiste toepassing van de beslistermijn.