ECLI:NL:RBDHA:2023:5753

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
17 april 2023
Publicatiedatum
21 april 2023
Zaaknummer
NL23.10556
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 59 VwArt. 96 lid 3 Vw
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrond verklaring beroep tegen voortduren maatregel bewaring en afwijzing schadevergoeding

Eiser, met de Marokkaanse nationaliteit, is op 4 november 2022 onderworpen aan een maatregel van bewaring op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding.

De rechtbank heeft het onderzoek gesloten op 13 april 2023 zonder zitting. Uit de voortgangsrapportage blijkt dat het Marokkaanse consulaat de nationaliteit van de door eiser opgegeven identiteit heeft bevestigd, maar dat nog een presentatie van eiser vereist is voor de afgifte van een laissez-passer. Verweerder heeft een vertrekgesprek gevoerd en schriftelijk gerappelleerd, wat volgens de rechtbank voldoende voortvarend handelen inhoudt.

Eiser stelde dat verweerder onvoldoende voortvarend handelde door slechts algemene rappels te versturen, maar dit is door de rechtbank verworpen. De rechtbank ziet geen aanleiding om het voortduren van de bewaring onrechtmatig te achten en verklaart het beroep ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding wordt eveneens afgewezen en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.10556

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[Naam], eiser,

V-nummer: [Nummer]
(gemachtigde: mr. P.H. Hillen),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Verweerder heeft op 4 november 2022 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw [1] opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.
Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.
Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd.
Eiser heeft daarop gereageerd.
De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en het onderzoek
op 13 april 2023 gesloten.

Overwegingen

1. Eiser stelt te zijn geboren op [Geboortedatum] en de Marokkaanse nationaliteit te
hebben.
2. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de
maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij
betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel
96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of
een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.
3. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft
getoetst. Hierbij wordt verwezen naar de uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van
22 november 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:12648. Vervolgens is twee maal eerder een vervolgberoep ingediend. Uit de uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van 27 februari 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:2404, volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag heeft gelegen rechtmatig was. Daarom staat nu alleen ter beoordeling of sinds het moment van het sluiten van dat onderzoek, 21 februari 2023, de maatregel van bewaring rechtmatig is.
4. Eiser stelt dat verweerder onvoldoende voortvarend werkt aan zijn uitzetting. Verweerder rappelleert op algemene wijze, waarbij niet wordt aangedrongen op een presentatie in persoon. Om tot de afgifte van een LP [2] te komen is een presentatie bij het Marokkaanse consulaat vereist. Nu verweerder enkel algemeen en dus minder indringend rappelleert, handelt verweerder onvoldoende effectief en dan ook onvoldoende voortvarend, aldus eiser.
5. Eiser wordt niet gevolgd in zijn stelling dat verweerder onvoldoende voortvarend handelt. Uit de voortgangsrapportage van 7 april 2023 volgt dat het Marokkaanse consulaat in Rotterdam de nationaliteit van degene met de door eiser gestelde identiteit op 16 februari 2023 heeft bevestigd. Hiermee is echter nog niet vastgesteld dat eiser degene is die deze identiteit heeft, waardoor nog een presentatie nodig is. Uit de voortgangsrapportage blijkt dat de DIA [3] de regievoerder op een later moment zal informeren over de datum waarop eiser gepresenteerd kan worden. Verweerder moet in eerste instantie enige tijd worden gegund om dit af te wachten. In de tussentijd heeft verweerder wel een vertrekgesprek gevoerd met eiser op 15 maart 2023 en de LP-aanvraag op 6 april 2023 schriftelijk gerappelleerd, dus heeft verweerder niet stilgezeten. Niet kan gesteld worden dat verweerder onvoldoende voortvarend handelt. De enkele stelling van eiser dat verweerder op algemene wijze rappelleert, is ook onvoldoende om te concluderen dat verweerder de uitzetting onvoldoende voortvarend ter hand neemt.
6. Ook overigens ziet de rechtbank geen aanleiding voor het oordeel dat het voortduren van de bewaring onrechtmatig is. [4]
7. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.J. Govaers, rechter, in aanwezigheid van mr. J. de Winter, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Vreemdelingenwet 2000.
2.Laissez-passer.
3.Directie Internationale Aangelegenheden.
4.Op grond van het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 8 november 2022 in de gevoegde zaken C-704/20 en C-39/21.