Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
in zijn gevalverweerder niet kan uitgaan van interstatelijk vertrouwen.
wél) slaagt. Op grond van artikel 17, eerste lid, Dublinverordening, kan in afwijking van artikel 3, eerste lid, Dublinverordening, een lidstaat besluiten een bij hem ingediend verzoek om internationale bescherming van een onderdaan van een derde land of een staatloze te behandelen, ook al is hij daartoe op grond van de in deze verordening neergelegde criteria niet verplicht. Volgens paragraaf C2/5 van de Vreemdelingencirculaire 2000 maakt verweerder terughoudend gebruik van deze bevoegdheid, hoewel hij daartoe, naar het oordeel van de rechtbank, op grond van het Unierecht niet verplicht is en het Unierecht een ongeclausuleerde bevoegdheid geeft.
onverplichtin behandeling nemen van een asielaanvraag. Eiser heeft voorts terecht aangegeven dat niet wordt verzocht om gezinshereniging, maar om toelating tot de nationale asielprocedure en dus enkel om het inhoudelijk behandelen van de asielaanvraag. Eiser heeft ook aangegeven dat hij en zijn dochter hun land zijn ontvlucht vanwege de oorlogssituatie. De rechtbank overweegt dat bij vergunningverlening steeds aan de orde zal zijn dat de betrokkenen niet “voor hun plezier, zoals eiser heeft aangegeven, hun land ontvluchten. Nu eiser dit echter benoemt als argument voor zijn verzoek om te worden toegelaten tot de nationale procedure, zal verweerder ook dit argument bij zijn beslissing moeten betrekken en in onderlinge samenhang met alle andere aangedragen feiten en omstandigheden moeten beoordelen.
datsprake is van onevenredige hardheid als eiser zou worden overgedragen, maar enkel dat verweerder onvoldoende draagkrachtig heeft gemotiveerd
waaromverweerder niet vindt dat sprake is van onevenredige hardheid.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit en bepaalt dat verweerder opnieuw dient te beslissen op de aanvraag van eiser;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.674,00.