ECLI:NL:RBDHA:2023:5861
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig beslissen asielaanvraag en bestuurlijke dwangsom afgewezen
Eiser diende op 7 augustus 2021 een asielaanvraag in. Nadat de staatssecretaris niet tijdig had beslist, stelde eiser de staatssecretaris in gebreke en startte hij op 22 juni 2022 een beroep tegen het uitblijven van een besluit, met het verzoek tot vaststelling van een bestuurlijke dwangsom.
De staatssecretaris nam op 10 januari 2023 alsnog een besluit waarin de asielaanvraag werd ingewilligd en geen bestuurlijke dwangsom werd toegekend. De rechtbank oordeelde dat het beroep tegen het niet tijdig beslissen mede betrekking heeft op dit alsnog genomen besluit. Omdat de aanvraag werd ingewilligd, was het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang.
Het beroep tegen het niet toekennen van een bestuurlijke dwangsom werd ongegrond verklaard, omdat op grond van de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen geen bestuurlijke dwangsommen kunnen worden verbeurd bij asielbesluiten. De rechtbank veroordeelde de staatssecretaris wel tot betaling van proceskosten aan eiser vanwege het juiste instellen van het beroep tegen het niet tijdig beslissen.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen is niet-ontvankelijk en het beroep tegen het besluit geen bestuurlijke dwangsom toe te kennen is ongegrond.