ECLI:NL:RBDHA:2023:5876
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek omzetting prestatiebeurs in gift wegens onvoldoende medische onderbouwing
Eiser heeft een verzoek ingediend om zijn prestatiebeurs om te zetten in een gift vanwege de diagnose ADD/ADHD die in 2013 bij hem is vastgesteld. Hij stelt dat deze medische aandoening hem heeft belemmerd om binnen de diplomatermijn van tien jaar een afsluitend diploma te behalen. Verweerder heeft dit verzoek afgewezen op basis van verklaringen van twee onderwijsinstellingen en het advies van een medisch adviseur.
De Hogeschool InHolland steunde het verzoek niet en gaf aan dat de diagnose ADD/ADHD geen voldoende verklaring bood voor het niet behalen van het diploma binnen de termijn. De Hogeschool Leiden steunde het verzoek wel, maar verweerder achtte de korte studieduur van twee maanden onvoldoende om dit zwaar te laten wegen. De medisch adviseur concludeerde dat ondanks de structurele medische omstandigheid niet kon worden gesteld dat eiser niet in staat was om binnen de diplomatermijn te slagen.
De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht beide onderwijsinstellingen heeft betrokken bij de beoordeling en dat het medisch advies zorgvuldig en inzichtelijk is. Er is geen bewijs dat het advies ondeugdelijk of de medisch adviseur niet onafhankelijk is. De hardheidsclausule is niet van toepassing omdat het niet aannemelijk is dat de diplomatermijn niet toereikend was. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het verzoek om de prestatiebeurs om te zetten in een gift wordt ongegrond verklaard.