ECLI:NL:CRVB:2020:2011
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verzoek verlenging diplomatermijn studiefinanciering afgewezen
Appellante had vanaf 1 september 2006 studiefinanciering ontvangen voor haar masteropleiding Geneeskunde aan de Universiteit van Amsterdam (UvA). De diplomatermijn van tien jaar liep daarom tot 31 augustus 2016. Appellante behaalde het afsluitend examen niet binnen deze termijn en verzocht om omzetting van haar prestatiebeurs in een gift, wat werd omgezet in een verzoek tot verlenging van de diplomatermijn.
De minister wees dit verzoek af omdat de studievertraging volgens de UvA niet het gevolg was van bijzondere omstandigheden, maar van appellantes eigen planning om de studie versneld af te ronden. De onderwijsinstelling weigerde een ondersteunende verklaring af te geven. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat alleen in uitzonderlijke gevallen zonder een dergelijke verklaring verlenging mogelijk is, wat hier niet aan de orde was.
In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunten, maar de Raad stelde vast dat de weigering van de studentendecaan om een ondersteunende verklaring af te geven gemotiveerd en consistent was. Ook ontbrak een gerechtvaardigd vertrouwen dat het verzoek zou worden gehonoreerd. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, met enige verbetering en aanvulling van de motieven.
Uitkomst: Het verzoek tot verlenging van de diplomatermijn studiefinanciering wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.