ECLI:NL:RBDHA:2023:5881

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
18 april 2023
Publicatiedatum
25 april 2023
Zaaknummer
NL23.5322
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 6:20 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf, beroep niet-ontvankelijk

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor haar kinderen. Tijdens de procedure heeft verweerder alsnog het besluit genomen en de mvv verleend.

De rechtbank overweegt dat het beroep tegen het niet tijdig beslissen kennelijk niet-ontvankelijk is geworden omdat het bestuursorgaan alsnog aan het verzoek heeft voldaan. Daarnaast wijst de rechtbank het verzoek van eiseres om vrijstelling van griffierecht toe op grond van haar inkomen.

De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten van €418,50, omdat het beroep ondanks de niet-ontvankelijkheid aanleiding gaf tot kosten. Het beroep wordt formeel niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek om de verbeurde bestuurlijke dwangsommen vast te stellen is hiermee eveneens komen te vervallen.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen wordt niet-ontvankelijk verklaard en verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van €418,50.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.5322

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiseres

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. M.C.M.E. Schijvenaars),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor haar kinderen [kind 1] en [kind 2].
Bij besluit van 17 april 2023 heeft verweerder de gevraagde mvv verleend.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Van de indiener van een beroepschrift bij de bestuursrechter wordt griffierecht geheven. Eiseres heeft het verzoek gedaan om hiervan te worden vrijgesteld. Eerder heeft de rechtbank dit verzoek voorlopig toegewezen. Gelet op wat eiseres naar voren heeft gebracht over haar inkomen, en gelet op het door haar ondertekende formulier, ziet de rechtbank aanleiding om dit verzoek definitief toe te wijzen. Van eiseres zal dan ook geen griffierecht worden geheven.
2. Voor zover het beroep is gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit, dient te
worden vastgesteld dat met de inwilliging van de aanvraag aan het beroep is
tegemoetgekomen zodat eiser gelet op artikel 6:20, derde lid, van de Awb geen
procesbelang meer heeft. Ook aan het verzoek van eiseres om de verbeurde bestuurlijke dwangsommen vast te stellen op het maximale bedrag is bij de inwilliging tegemoetgekomen. Het beroep is dan ook kennelijk niet-ontvankelijk.
3. De vraag doet zich voor of verweerder dient te worden veroordeeld in de door eiseres gemaakte proceskosten. De rechtbank beantwoordt deze vraag bevestigend. Ook wanneer een beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard, bestaat daartoe de mogelijkheid. Dat is in het bijzonder het geval als het bestuursorgaan aan de indiener van het beroep is
tegemoetgekomen. Dit volgt uit vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak
van de Raad van State, bijvoorbeeld de uitspraak van 15 september 2021,
ECLI:NL:RVS:2021:2068. Daarvan is in dit geval sprake aangezien verweerder hangende
het beroep van eiseres tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar mvv-aanvraag alsnog een besluit op deze aanvraag heeft genomen.
4. De rechtbank stelt de proceskosten op grond van het Besluit proceskosten
bestuursrecht voor een door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op
€ 418,50 bestaande uit een punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per
punt van € 837,- en vermenigvuldigd met wegingsfactor 0,5 (licht). De rechtbank is van
oordeel dat de wegingsfactor ‘licht’ van toepassing is omdat de zaak uitsluitend betrekking
heeft op het niet tijdig beslissen.

Beslissing

De rechtbank:
 verklaart het beroep niet-ontvankelijk;
 veroordeelt verweerder in de door eiseres gemaakte proceskosten ter hoogte van € 418,50 (vierhonderdachttien euro en vijftig cent).
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.F. Bethlehem, rechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hamans, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.