Uitspraak
uitspraak van de meervoudige kamer in de zaak tussen
[eiser 1] , V-nummer: [nummer] , eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
- strijdigheid met artikel 3 van Pro het EVRM welke duurzaam is en het handhaven van de ongewenstverklaring is disproportioneel;
- artikel 3.105c of artikel 3.105e van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb) is van toepassing.
‘Tot mij wende zich: [eiser 2] .
[eiser 3] had een bijzonder verzoek. Hij vroeg aan mij om iets positiefs over hem op papier te zetten zodat hij dit kan meebrengen naar zijn volgende zitting in de rechtbank.
Ik heb dit enige tijd in overweging genomen en heb besloten dit voor hem als hoge uitzondering te doen.
De reden dat ik besloten heb dit te doen is eenvoudig. Ik heb [eiser 4] in een andere functie en hoedanigheid leren kennen als een man die betrokken was bij veel overlast, meldingen en alcoholmisbruik. Uiteindelijk is hij via een hulpverleningstraject waarin hij als een mens met meer zelfvertrouwen, inzicht in eigen handelen, en het besef dat trauma uit zijn verleden hem ernstig beschadigd hebben, in een levensstijl belandt waar hij geen politiecontact meer heeft. Hij kijkt op een andere wijze de wereld in, hij doet zijn best binnen zijn mogelijkheden om een positieve bijdrage te leveren aan zijn omgeving en de mensen waar hij mee te maken heeft. Hij is vriendelijk, beleefd, behulpzaam en vraagt er niet veel voor terug.
Ik heb ooit een boek gelezen, geschreven door een wijkagent in Utrecht. Hij deed de uitspraak: Geen mens is het waard om weggegooid te worden. Dit is in mijn huidige functie zeker mijn motto geworden en dit is zeker toepasbaar op [eiser 4] .
Uit de voor de politie toegankelijke systemen blijkt dat hij al jaren geen registraties meer heeft, hij vol trots komt vertellen dat hij ergens aan het werk kan.
Als u mij zo vragen of [eiser 4] een waardevolle bijdrage zou kunnen leveren aan onze samenleving, zeg ik volmondig ja. Als ik zie hoe hij binnen alle aangebrachte kaders zijn uiterste best doet om dit al te doen heb ik daar het volste vertrouwen in. Zijn inzet en positieve houding om de persoon te worden die hij nu is mag in mijn ogen beloont worden.’