ECLI:NL:RBDHA:2023:5985
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op asielaanvraag binnen wettelijke termijn
Eiser diende op 19 november 2020 een asielaanvraag in die na behandeling in de Dublin-procedure werd overgedragen aan de nationale procedure. De wettelijke beslistermijn van zes maanden liep af op 10 maart 2022. Nadat verweerder niet tijdig een besluit nam, stuurde eiser twee ingebrekestellingen en stelde vervolgens beroep in bij de rechtbank wegens niet tijdig beslissen.
De rechtbank oordeelt dat de beslistermijn niet is verlengd door het WBV 2022/22 besluit, omdat deze pas op 10 maart 2022 was verstreken. Hierdoor waren de ingebrekestellingen en het beroep tijdig ingediend. De rechtbank verklaart het beroep gegrond en vernietigt het niet tijdig nemen van het besluit.
De rechtbank draagt verweerder op binnen acht weken na verzending van de uitspraak alsnog een besluit te nemen, conform het 8+8-weken model dat rekening houdt met zorgvuldigheid en eerdere gehoorprocedures. Tevens wordt een dwangsom van € 100 per dag opgelegd met een maximum van € 7.500 voor elke dag vertraging. Verweerder wordt ook veroordeeld tot betaling van de proceskosten van € 418,50 aan eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen acht weken alsnog een besluit te nemen met oplegging van een dwangsom en veroordeling in proceskosten.