ECLI:NL:RBDHA:2023:6000
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet-in behandeling neming asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser, met de Turkse nationaliteit, diende op 10 oktober 2022 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, omdat Duitsland volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling.
Duitsland had aanvankelijk een verzoek tot overname geweigerd, maar na een second opinion het verzoek geaccepteerd op grond van artikel 14, eerste lid, van de Dublinverordening. Eiser voerde aan dat het claimakkoord ongeldig was omdat Duitsland het verzoek op een onjuiste grond had geaccepteerd en dat hij risico liep op indirect refoulement bij terugkeer.
De rechtbank oordeelde dat het claimakkoord rechtsgeldig tot stand was gekomen en dat de Duitse autoriteiten hun internationale verplichtingen, waaronder het verbod op refoulement, zullen respecteren. Het beroep van eiser werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.