ECLI:NL:RBDHA:2023:6030
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvragen wegens Dublinoverdracht aan Kroatië
Eisers hebben op 21 november 2022 asiel aangevraagd in Nederland, maar de staatssecretaris nam deze aanvragen niet in behandeling omdat Kroatië op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is. Uit Eurodac bleek dat eisers eerder in Kroatië asiel hadden aangevraagd, waarna de staatssecretaris een terugnameverzoek deed dat door Kroatië werd geaccepteerd.
De staatssecretaris baseerde zich op het interstatelijk vertrouwensbeginsel dat inhoudt dat Kroatië zijn internationale verplichtingen naleeft bij de behandeling van Dublinclaimanten. De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris voldoende onderzoek heeft gedaan, waaronder informatie van Kroatische autoriteiten en onafhankelijke organisaties, en dat eisers geen concrete aanwijzingen hebben geleverd die twijfel zaaien over de betrouwbaarheid van Kroatië.
Eisers voerden aan dat de staatssecretaris niet voldoende gemotiveerd had waarom het vertrouwensbeginsel geldt en dat hij zelf ter plaatse onderzoek had moeten doen. De rechtbank stelt dat de staatssecretaris aan zijn onderzoeksverplichting heeft voldaan en dat de motivering in de bestreden besluiten toereikend is.
Ook de door eisers aangevoerde risico’s, zoals mogelijke bedreiging van een Tsjetsjeense zanger door aanhangers van president Kadyrov, leiden niet tot een andere uitkomst. De rechtbank concludeert dat geen sprake is van bijzondere individuele omstandigheden die overdracht aan Kroatië onaanvaardbaar maken.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de staatssecretaris de asielaanvragen terecht niet in behandeling heeft genomen.
Uitkomst: Het beroep is ongegrond verklaard en de asielaanvragen zijn terecht niet in behandeling genomen.