ECLI:NL:RBDHA:2023:6061
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Teruggeleiding minderjarige naar België in internationale kinderontvoeringszaak
De rechtbank Den Haag behandelde een verzoek van de vader om zijn minderjarige kind, dat zonder zijn toestemming door de moeder naar Nederland was overgebracht, terug te leiden naar België. De ouders oefenen gezamenlijk gezag uit en het kind had zijn gewone verblijfplaats in België voorafgaand aan de overbrenging.
De moeder voerde aan dat terugkeer een ondragelijke toestand zou veroorzaken wegens een onveilige situatie en het scheiden van het kind van haar moeder, maar de rechtbank oordeelde dat deze weigeringsgrond niet was aangetoond. De vader bood bovendien woonmogelijkheden en financiële ondersteuning aan de moeder aan.
De rechtbank concludeerde dat de overbrenging ongeoorloofd was en dat de onmiddellijke terugkeer van het kind naar België moest worden bevolen. Tevens wees de rechtbank het verzoek tot voorlopige voogdij af en bepaalde dat iedere partij haar eigen proceskosten draagt.
Uitkomst: De rechtbank beveelt de onmiddellijke terugkeer van de minderjarige naar België en wijst het beroep op ondragelijke toestand af.