ECLI:NL:RBDHA:2023:6070
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing opvolgende asielaanvraag Libische nationaliteit wegens ongeloofwaardig asielrelaas
Eiser, van Libische nationaliteit, diende een opvolgende asielaanvraag in die door de staatssecretaris werd afgewezen als kennelijk ongegrond. De rechtbank beoordeelde of deze afwijzing terecht was. Eerder waren eerdere asielaanvragen van eiser ook afgewezen en deze besluiten staan in rechte vast.
Eiser stelde dat hij vanwege zijn stamafkomst (Busaif-stam) en vermeende banden met het Khadaffi-regime gevaar loopt bij terugkeer naar Libië. De staatssecretaris achtte deze elementen ongeloofwaardig, mede omdat eiser deze niet in eerdere procedures had genoemd en de overgelegde documenten niet konden worden geverifieerd.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris terecht het asielrelaas ongeloofwaardig achtte. Eiser had onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij persoonlijk gevaar loopt vanwege zijn stam of familiebanden. Ook de verklaringen over zijn gedwongen aansluiting bij een militie en de documenten hierover boden onvoldoende bewijs.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de afwijzing van de asielaanvraag. Eiser kreeg geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter J. Boerlage-van den Bosch en griffier M.J.C. ten Hoopen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de opvolgende asielaanvraag wegens een ongeloofwaardig asielrelaas.