Eiser betwistte de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning aan de Van een adres te een plaatsnaam, gesteld op € 248.000, en stelde een lagere waarde van € 215.000 voor. Verweerder heeft een taxatierapport overgelegd waarin de waarde werd bepaald op € 268.000, gebaseerd op vergelijkingen met drie soortgelijke woningen in de omgeving, waarbij rekening is gehouden met verschillen in inhoud, kwaliteit, onderhoud en ligging.
De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de vastgestelde waarde niet te hoog is. De door eiser aangevoerde argumenten, zoals de invloed van een brandgang en alternatieve vergelijkingsobjecten, werden niet overtuigend geacht. Ook het gebruikte indexeringspercentage is door verweerder adequaat toegelicht.
Daarnaast verzocht eiser om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn. Hoewel de procedure met ruim vijf weken was vertraagd, werd de vergoeding afgewezen omdat volgens de algemene voorwaarden de vergoeding aan de gemachtigde toekomt en niet aan eiser zelf.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek tot vergoeding van immateriële schade af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.