ECLI:NL:RBDHA:2023:6102
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling maandbedrag aflossing studieschuld zonder rekening te houden met besteedbaar inkomen
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder waarin het maandbedrag voor de aflossing van haar studieschuld is vastgesteld op €690,37 per maand in 2022. Zij betoogt dat bij de draagkrachtmeting ten onrechte geen rekening is gehouden met haar hoge ziektekosten vanwege haar dochter en de alimentatieverplichtingen van haar partner. Tevens wenst zij dat het inkomen van haar partner buiten beschouwing wordt gelaten.
De rechtbank stelt vast dat de maatstaf voor de draagkracht het gezamenlijke toetsingsinkomen van eiseres en haar partner is, maar dat de studieschuld een persoonlijke schuld betreft die alleen van eiseres kan worden teruggevorderd. De wetgever heeft bewust gekozen voor een systeem waarbij geen rekening wordt gehouden met het besteedbaar inkomen, waardoor de hoge kosten en alimentatieverplichtingen niet in aanmerking kunnen worden genomen.
De rechtbank concludeert dat het beroep ongegrond is en dat verweerder niet verplicht is om de kosten van de procedure te vergoeden. De uitspraak is gedaan door rechter A.M.H. van der Poort-Schoenmakers op 26 april 2023.
Uitkomst: Het beroep tegen het vastgestelde maandbedrag aflossing studieschuld is ongegrond verklaard.