ECLI:NL:RBDHA:2023:6126
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsrecht op grond van artikel 20 VWEU wegens ontbreken daadwerkelijke zorgtaken en afhankelijkheidsrelatie
Eiser, een Ugandese vader, verzocht om een verblijfsdocument op grond van artikel 20 van Pro het VWEU en het arrest Chavez-Vilchez, waarbij hij stelde recht te hebben op verblijf vanwege daadwerkelijke zorg- en opvoedingstaken voor zijn minderjarige Nederlandse dochter.
De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat hij daadwerkelijke zorgtaken verricht en evenmin dat de moeder de omgang met de dochter frustreert. Ook was onvoldoende aangetoond dat er een zodanige afhankelijkheidsrelatie bestaat dat de dochter gedwongen zou zijn de EU te verlaten als het verblijfsrecht wordt geweigerd.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende bewijs had geleverd van contact of zorg sinds 2012, dat de moeder zich aan omgangsregelingen hield en dat de affectieve relatie niet voldoende is om het verblijfsrecht af te leiden. Ook was het horen in bezwaar niet vereist omdat eiser geen nieuwe objectieve bewijzen had overgelegd. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van het verblijfsdocument wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.