ECLI:NL:RVS:2021:1875
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- A.W.M. Bijloos
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verblijfsrecht gemeenschapsonderdaan op grond van artikel 20 VWEU
De vreemdeling, afkomstig uit Nigeria, verzocht om een verblijfsdocument als gemeenschapsonderdaan op grond van artikel 20 van Pro het VWEU, afgeleid van zijn minderjarige, Nederlandse dochter die hij erkent maar niet biologisch is. De staatssecretaris wees de aanvraag af en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank vernietigde dit besluit en bepaalde dat de staatssecretaris een nieuw besluit moest nemen.
In hoger beroep stelde de staatssecretaris dat hij het juiste beleid (WBV 2018/4) had toegepast en dat zijn motivering over het ontbreken van meer dan marginale zorg- en opvoedtaken voldoende was. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het beleid van WBV 2018/4 terecht werd toegepast en dat de staatssecretaris zijn standpunt deugdelijk had gemotiveerd.
De Afdeling benadrukte dat zorg- en opvoedtaken meer dan marginaal moeten zijn om een daadwerkelijke afhankelijkheidsverhouding aan te nemen. De overgelegde verklaringen en foto's van de vreemdeling toonden slechts betrokkenheid, maar geen substantiële zorg- en opvoedtaken. Nieuwe stukken konden niet worden meegewogen omdat zij na de uitspraak van de rechtbank dateren.
Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling alsnog ongegrond verklaard. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit van de staatssecretaris bevestigd.