Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiseres], eiseres, V-nummer: [V-nummer]
[naam kind]
Rechtbank Den Haag
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar asielaanvraag. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn van zes maanden, die gold na vernietiging van het eerdere besluit, is verstreken zonder dat een nieuw besluit is genomen. Eiseres heeft de staatssecretaris rechtsgeldig in gebreke gesteld en vervolgens beroep ingesteld.
De rechtbank overweegt dat op grond van vaste jurisprudentie het bestuursorgaan binnen de oorspronkelijke beslistermijn moet besluiten, tenzij een verlenging is aangevraagd, wat hier niet het geval is. Gezien de ernst van de zaak en de noodzaak van zorgvuldigheid, stelt de rechtbank een termijn van acht weken voor het nemen van een nieuw besluit, conform het 8+8-weken-model uit de jurisprudentie.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van € 100 per dag met een maximum van € 7.500 voor elke dag dat de staatssecretaris in gebreke blijft. Tevens veroordeelt de rechtbank de staatssecretaris in de proceskosten van € 418,50. De uitspraak is gedaan door rechter E.J. Govaers en griffier A.S. Hamans en is zonder zitting gewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de staatssecretaris wordt opgedragen binnen acht weken alsnog een besluit te nemen met oplegging van een dwangsom en veroordeling in proceskosten.