ECLI:NL:RBDHA:2023:6231
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- C.I.H. Kerstens - Fockens
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Somaliër wegens ongeloofwaardig werk voor Unicef en binnenlands beschermingsalternatief Mogadishu
Eiser, een Somalische asielzoeker, vreesde terugkeer naar Somalië vanwege bedreigingen en een schietincident door een gewapende organisatie vanwege zijn vermeende werkzaamheden voor Unicef. Verweerder wees de asielaanvraag af omdat eiser zijn verhaal onvoldoende met documenten onderbouwde en vaag bleef over zijn werkzaamheden en bedreigingen.
In beroep overhandigde eiser een medisch document dat zijn ziekenhuisopname na de schietpartij bevestigt, maar verweerder vond dit onvoldoende om het asielverhaal geloofwaardig te achten. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht twijfelde aan de geloofwaardigheid van het werk voor Unicef en de gerelateerde bedreigingen, mede door summiere en tegenstrijdige verklaringen van eiser.
Verder was onomstreden dat eiser bij terugkeer risico loopt op ernstige schade, maar de rechtbank vond dat Mogadishu als binnenlands beschermingsalternatief kon worden aangemerkt. De rechtbank nam daarbij mee dat eiser daar familie heeft en onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zijn kinderen niet kunnen worden herenigd of dat de risico’s in Mogadishu substantieel hoger zijn.
Ten slotte wees de rechtbank het verzoek om een dwangsom af, omdat de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND van toepassing is en de hoogste bestuursrechter dit niet in strijd acht met Europees recht.
Het beroep werd ongegrond verklaard en eiser kan binnen vier weken hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.