ECLI:NL:RBDHA:2023:6247
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling wegens niet tijdig beslissen op bezwaar visum kort verblijf
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn bezwaar tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een visum voor kort verblijf. Nadat de staatssecretaris alsnog heeft toegezegd een enkelvoudig visum af te geven, heeft verzoeker het beroep ingetrokken en verzocht om proceskostenvergoeding.
De rechtbank stelt vast dat de staatssecretaris niet binnen de gestelde termijn heeft beslist op het bezwaar, maar dat hij met zijn latere besluit aan verzoeker tegemoet is gekomen. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenvergoeding toe op grond van artikel 8:75a van de Awb, omdat het beroep is ingetrokken vanwege tegemoetkoming door het bestuursorgaan.
De proceskosten worden vastgesteld op €418,50, gebaseerd op een puntensysteem met een wegingsfactor 'licht', aangezien het beroep alleen betrekking had op het niet tijdig nemen van een besluit. De rechtbank veroordeelt de staatssecretaris tot betaling van dit bedrag aan verzoeker.
Uitkomst: De staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van €418,50 aan proceskosten wegens niet tijdig beslissen op bezwaar.