ECLI:NL:RBDHA:2023:6250
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak Dublinprocedure
Verzoeker, van Tunesische nationaliteit, had een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling werd genomen vanwege de verantwoordelijkheid van Duitsland voor de asielprocedure (Dublinverordening).
Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg tevens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter oordeelde dat nu de hoofdzaak (zaaknummer NL23.8578) reeds is behandeld en een uitspraak is gedaan, een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is.
Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan zonder zitting en is onherroepelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld.