Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar bezwaar tegen de afwijzing van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis. De aanvraag dateert van 8 maart 2021 en de bezwaarprocedure startte op 26 februari 2022. De beslistermijn van negentien weken werd overschreden zonder dat verweerder een besluit nam.
Na ingebrekestelling op 16 september 2022 en het verstrijken van de wettelijke termijn, stelde de rechtbank het beroep gegrond. De rechtbank vernietigde het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit en bepaalde dat verweerder binnen twaalf weken een besluit moet nemen, gezien bijzondere omstandigheden zoals achterstanden en het voornemen tot het afnemen van een gehoor.
Daarnaast legde de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €7.500 bij overschrijding van deze termijn. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan eiseres.